Tips van de bank, deskundigen en elkaar
28 juni 2010 Willemijn van Benthem 0 reacties 37x gelezen

Als je komt aanlopen bij het ABN Amrokantoor in Utrecht, denk je niet dat daar even later een inspirerende bijeenkomst zal plaatsvinden. De wind waait guur, buiten staan een paar mannen en vrouwen te stampvoeten tegen de kou, bijna als schapen dicht tegen elkaar aan. De meeste deelnemers moeten nog komen; de nieuwe generatie eigenaars van familiebedrijven. ABN Amro zette er zes jaar geleden een programma voor op: Young DGA.
Leren van deskundigen
Family Business Manager Amanda Waldram van ABN Amro is er met haar collega-marketeer commercial & merchant banking Ruth Demmenie voor verantwoordelijk en zag alweer 1200 jonge Directeur Groot Aandeelhouders dat programma doorlopen. Waldram: ‘Binnen de bank merkten we dat tijdens het overnameproces veel aandacht aan overdragers werd besteed. De opvolgers sprongen in een gat.’
Dus bedacht de bank een speciaal programma waarbij een twintigtal aankomende of kersverse DGA’s tussen de 20 en 35 jaar samenkomen gedurende vijf avonden. Het doel is om tijdens deze bijeenkomsten van deskundigen te leren, zoals over notariële zaken, leveranciers, medewerkers, reclame en imago en leiderschap. Het blijkt dat de ondernemers tijdens deze avonden vooral van elkaar leren. Dat is ook de bedoeling, zegt Waldram. ‘We draaien zo’n vijftien programma’s door heel Nederland. De ondernemers komen bij elkaar uit de buurt, zodat ze op een later moment ook zakelijk wat voor elkaar kunnen betekenen.’
Houdbaarheid van medewerkers
Intussen zijn alle jonge DGA’s aangekomen, deze keer drie dames en zes heren. Vanavond spreekt de zestigjarige ondernemer Jaap van Straten over leveranciers en medewerkers. De jonge DGA’s hangen aan zijn lippen. Van Straten praat gemakkelijk, zijn anekdotes spreken tot de verbeelding. Gekleed in een stijlvol pak, vertelt de directeur hoe hij vanuit het niets begon met de verkoop van medische instrumenten en apparatuur aan ziekenhuizen.
Hij luistert aandachtig naar de vraag over hoe om te gaan met de buitendienst als medewerkers dertig jaar ouder zijn dan jijzelf. Van Straten is van de oude garde en kent zijn pappenheimers. Hij vertelt over de houdbaarheid van medewerkers. ‘Ze blijven maximaal vijftien jaar goed.’ Praten moet je met ze, zegt hij, tijdens vaste functioneringsgesprekken vragen wat ze nodig hebben om meer te scoren.
Scoren
Want scoren moet je als ondernemer, je moet het altijd weer beter doen dan het jaar daarvoor. Van Straten: ‘Stilstand is achteruitgang.’ En als het niet met goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. ‘Een andere buitendienstmedewerker heeft misschien wél zin om er harder voor te lopen.’ De DGA’s kijken hem met grote ogen aan.
Intermenselijk contact is volgens Van Straten noodzakelijk voor een ondernemer. En zo te zien heeft hij daar geen moeite mee. Hij zegt rustig: ‘Dat kan toch veel beter, lul’, tegen een leverancier die hem een slecht voorstel doet. Uit zijn keurige mond klinkt dat woord zelfs sjiek. Daarnaast vertelt hij hoe je geld kunt verdienen aan de inkoopkant. ‘Maak een running forecast; laat je klanten een planning maken waar je gedurende het hele jaar op kunt inspelen.’ Zijn laatste tip is misschien wel de belangrijkste - ‘Altijd bedanken voor je opdracht!’ – want hij ziet aan zijn eigen zonen dat ondernemers van nu hard moeten rennen.
Gekke situatie
De jonge directeuren gaan rond verschillende tafels zitten om te praten over wat ze bezig houdt. In een groepje is Petra Veldhoven (35) aan het woord. Zij heeft met haar zus Janine (38) het wooninrichtingsbedrijf van haar vader overgenomen. En ook al zijn de dochters alweer van de vierde generatie, uit de verhalen van Veldhoven blijkt dat vader het lastig vindt de zaak los te laten. Maar dat is niet het enige. Veldhoven heeft er ook moeite mee om met haar zus op één lijn te komen.
De anderen adviseren haar. Eén daarvan is eigenaar van een schildersbedrijf in Utrecht. Hij nam het bedrijf over van zijn vader, nadat zijn oudere broers dat eerder probeerden. Die broers spreekt hij niet meer en zijn vader heeft hij destijds duidelijk gemaakt dat er maar één de baas kan zijn als je wilt dat een bedrijf goed loopt.
‘Duidelijkheid’, zegt hij, ‘is het belangrijkste.’ Zijn medewerkers hebben hem ooit nog in de luiers gezien. ‘Dat is best een gekke situatie.’ Daarom is hij streng, maar ook betrokken. Ook de andere ondernemers geven tips aan Veldhoven, die zich bijna geneert voor alle aandacht. ‘Maar daar zijn we hier toch juist voor?’, antwoordt de rest van de groep zonder nadenken. De avond loopt naadloos over in een aansluitende borrel in de bar.