1129x gelezen
De objectieve waarde van een bedrijf is nauwelijks vast te stellen. Bij het waarderen van bedrijven zijn twee benaderingen. Allereerst de is daar de accountingbenadering, waarbij veelal de historische cijfers van een onderneming de basis vormen voor de waardering.

> Vuistregels
In de praktijk van het midden- en kleinbedrijf wordt het gebruik van vuistregels (ook wel multiples genoemd) veel toegepast om de waarde van een onderneming te bepalen. Het gaat
daarbij om formules als:
--5 tot 7 keer de nettowinst
--0,75 tot 1,5 keer de jaaromzet
--1 keer de intrinsieke waarde + 2 keer de nettowinst
--3 keer EBITD A
--4 keer EBIT
Deze lijst is oneindig aan te vullen met andere waarden en andere variabelen, zoals een bedrag per vaste klant of abonnee. Vuistregels zijn eenvoudig, maar er kleven ook nadelen aan.
> Marktvergelijkingen
De waarde van een bedrijf kan ook worden bepaald op basis van wat vergelijkbare bedrijven in het verleden hebben opgebracht. In Nederland is dat lastig, omdat deze cijfers niet openbaar zijn, althans niet in het MKB.
Er kleven nogal wat nadelen aan deze methode. Allereerst is het de vraag in hoeverre bedrijven überhaupt met elkaar te vergelijken zijn. Iedere onderneming opereert in zijn eigen mix van producten en markten en heeft zijn eigen vermogensstructuur. Het vergelijken van bedrijven is net zo zinvol als het vergelijken van appels en peren. Daarnaast werken prijzen uit het verleden als een self-fulfilling prophecy. En daarmee komen we op een fundamenteel probleem van deze methode, namelijk dat de waardebepaling is gebaseerd op prijs. En dat terwijl waarde en prijs heel andere grootheden zijn.
> Intrinsieke waarde
De intrinsieke waarde geeft aan wat de waarde is van het eigen vermogen van de onderneming: het totaal van de gebouwen, machines, voorraden, liquide middelen en dergelijke, verminderd met de schulden. De boekwaarde van het eigen vermogen geldt daarbij als uitgangspunt, vervolgens worden de stille reserves en belastinglatentie hierop gecorrigeerd. De intrinsieke waarde is slechts een momentopname, dat maakt de methode minder geschikt dan andere, dynamische methoden. De intrinsieke waarde is niet geheel objectief vast te stellen, omdat de cijfers op vele manieren kunnen worden beïnvloed.
Een ander nadeel is dat de intrinsieke waarde slechts iets zegt over de waarde van de bezittingen, maar niet over de potentie om met deze middelen geld te verdienen en dus over de goodwill.
> Rentabiliteitswaarde
Bij waardering volgens de rentabiliteitswaarde kijkt u al wat meer naar de toekomst. Het is een eenvoudige manier om de contante waarde van de te verwachten winst te bepalen. De berekening verloopt in twee stappen. Eerst bepaalt u de ‘normale’ winst op basis van gemiddelde, genormaliseerde winsten uit het verleden en verwachtingen voor de toekomst.
Vervolgens deelt u deze winst door het vereiste rendement op het eigen vermogen. Deze rendementseis is vaak gebaseerd op de rente op een langlopende risicoloze belegging plus een
opslag voor branche- en ondernemersrisico. Hoe hoger de rendementseis, hoe lager de waarde van de onderneming. Het is duidelijk dat de belangen van koper en verkoper niet parallel lopen. Ook kunnen discussies ontstaan over de hoogte van de ‘normale’ winst die in de formule wordt gebruikt.
Een groot nadeel van de rentabiliteitswaarde-methode is dat deze ervan uitgaat dat de winst tot in de eeuwigheid dezelfde waarde aanneemt, namelijk die van de berekende ‘normale’ winst. Er wordt dus afgezien van groei.